Een Duitse vrouw belandt op een spoedeisende hulp in Porto. De arts spreekt geen Duits en heeft geen toegang tot haar dossier. Toch staat binnen een minuut boven aan het scherm dat penicilline fataal kan zijn.
Een patiënt uit een ander Europees land komt binnen. De arts moet binnen minuten een antibioticum kiezen. Precies wat die keuze verandert, zoals een ernstige penicillineallergie, een antistollingsmiddel of een nierwaarde, ligt duizend kilometer verderop, in een andere taal, in een ander systeem.
Dat hele pad hebben we gebouwd. Van de verpleegkundige die in het ene land een waarde vastlegt, tot het scherm waarop de arts in het andere land een beslissing neemt. Geen schets: een draaiend prototype op een echt openEHR-platform, met een invoerapplicatie die niets van de viewer weet.
openEHR bewaart de gegevens los van elke applicatie die ze ooit toont. FHIR wisselt ze uit over de grens. De laag ertussen mag dun zijn, als hij maar op de goede plek zit.
Plan een kennismaking →Allergieën bovenaan, zichtbaar zonder scrollen. Daarna medicatie, dan de actieve problemen. Die volgorde komt uit de kliniek, niet uit een ontwerp.
“Geen allergie bekend” is iets anders dan “geen allergieën”. Wat ontbreekt staat er als risico, niet als wit vlak.
Bij elk gegeven de code, de bron en de datum. Een labuitslag ouder dan drie maanden meldt dat zelf, vóór er op gedoseerd wordt.
Niet in schermen, maar in grenzen. Elke laag weet precies één ding, en dat is wat het geheel verplaatsbaar maakt.
Overal waar gegevens langer meegaan dan de applicatie die ze toont, speelt dezelfde vraag. Zorg is alleen het domein waar je meteen ziet wat het kost als het misgaat.
Prototype, gebouwd als praktijkopdracht. Alle patiëntgegevens erin zijn fictief en synthetisch.
“Dezelfde patiënt, andere zorg. Het verschil is één minuut informatie.”
Bouwe Koopal, YellowbrinkWe kijken eerst waar het echt aan vastzit. Pas als het uit kan, bouwen we het.